U kunt de snelheid instellen die het apparaat gebruikt voor ethernetcommunicatie.
Voor meer informatie over de Ethernetsnelheid, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen.
![]()
De verbinding kan niet tot stand worden gebracht als de Ethernet-snelheid niet overeenkomt met de overdrachtsnelheid van uw netwerk.
Druk op de [Gebruikersinstellingen]-knop en selecteer de instellingen met [
] of [
].
Selecteer [Systeeminst.]
Druk op de [ OK]-knop.
Selecteer [Instell. Interface]
Druk op de [OK]-knop.
Selecteer [Netwerk]
Druk op de [OK]-knop.
Selecteer [Ethernetsnelheid]
Druk op [OK]
Selecteer de Ethernetsnelheid
Druk op [OK]