Als u onbevoegd gebruik wilt voorkomen, kunt u opgeven wie toestemming heeft om de functies van het apparaat te gebruiken.
Geef de beschikbare functies op voor de geregistreerde gebruikers. Met deze instelling kunt u de functies beperken die beschikbaar zijn voor gebruikers.
U kunt beperkingen instellen op het gebruik van de printerfuncties, browserfuncties en uitgebreide functies.
Log in als gebruikersbeheerder via het bedieningspaneel.
Druk op [Adresboekmanagement].
Selecteer de gebruiker.

Druk op [Verif. info].

Selecteer bij "Printer" en "Andere functies" de apparaatfuncties die u wilt toestaan.
"Printer" wordt weergegeven als gebruikerscodeverificatie wordt toegepast voor gebruikersverificatie. Zie voor meer informatie over het instellen van gebruikerscodeverificactie Gebruikerscodeverificatie.
Druk op [OK].
Log uit.